hondenkarren
Follow hondenkarren on WordPress.com
april 2020
Z M D W D V Z
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
2627282930  

Marten van der Meulen

  • Geboren op 07 april 1892 te Bergum
  • Overleden op 15 maart 1965

1910, Marten van der Meulen

Een foto uit 1910. Van Marten van der Meulen met zijn hondenwagen. Marten werd geboren in het gezin van Harm Wybrens en Tjitske Martens van der Meulen – van der Kooi.

Op 08 september 1912 zit hij ’s avonds in café Halbertsma te Hardegarijp. Het is “al vroolijkheid en vreugd” tijdens een geanimeerde danspartij na een mooie toneelvoorstelling. Ene H. Germeraad zat rustig te genieten toen venter Marten en zijn vrienden begonnen te dansen. Maar nadat hij riep “hoho, dan kin sa net”, reageerden de jongens als door een wesp gestoken. Germeraad moest zich verdedigen met een stoel. Die uiteindelijk op eigen zijn hoofd terecht kwam en een bloedende wond achter liet. Door Marten z’n schuld. Althans, dat is waar Germeraad op 13 november 1912 de rechter van probeerde te overtuigen. De rechter ging niet in op de eis van drie maanden celstraf, maar sprak Marten vrij door gebrek aan overtuigend bewijs.

Nieuwsblad van Friesland, 23 november 1912

Marten ging in die tijd met zijn hondenkar van dorp naar dorp en bracht garen, band en allerlei galanteriën aan de man. Hij kocht zijn zaken zeer waarschijnlijk bij Baarsma in Zwaagwesteinde [De Westereen].  In de doos op de kar zitten mogelijk petten.

Op enig moment zal een bezoek aan Simmerdyk 10 in Tytsjerk het leven van Marten helemaal op de kop zetten. Want daar woonden timmerman Allert Annes Terpstra en zijn vrouw Sjoukje Ruurds Visser. En, wat nog belangrijker was, ook hun 23-jarige dochter Ynske.

Simmerdyk 10, Tytsjerk met de erker. Leunend op de fiets Marten van der Meulen, naast hem schoonmoeder Sjoukje Terpstra – Visser. Zijn vrouw Ynske staat in de deuropening naast haar zus. 

Bergsma schreef in een krantenartikel fijntjes dat Sjoukje op een gegeven moment garen nodig had: “Hja bestelde in pear reaf by Marten, ze gaf een draadje mee, zodat ze zeker was dat het geleverde de juiste tint had. Opvallend was, dat de koopman wat slordig met de draad omsprong hij moest enkele keren terugkomen om een nieuwe draad te halen, de oude was hij namelijk weer kwijt geraakt. Maar weldra kwam de aap uit de mouw het bleek, dat hij interesse toonde in de dochter des huizes Ine en aangezien liefde listen kent, was hij zo in de gelegenheid wat vaker bij deze in zijn ogen wel heel speciale klant aan te komen”.

De vonk sloeg wederzijds over. En op 08 juli 1915 trad Marten op 23-jarige leeftijd in het huwelijk met de even oude Ynske [of Yne] Terpstra [1892 – 1990]. [Schoon]vader bouwde een erker aan het [ouderlijk] huis en het jonge stel had een vaste uitvalsbasis voor hun handel. Want de hondenkar werd vanaf die tijd niet meer gebruikt. Dochter Tsjikke: “Nee mei de hûnekarre wie ut dien, mem wie as de dea foar dy bisten”.

Deze vaste uitvalsbasis was ook geen blijvertje. Marten voelde zich niet thuis in Tytsjerk. En het gezin verhuisde naar Hardegarijp. Daar startten ze, op de hoek Rijksstraatweg-Stipsteeg, hun nieuwe zaak.

Helpt u mee en weet u meer Marten van der Meulen of over andere mannen [en vrouwen] met hondenkarren? Reageer door hieronder een reactie te plaatsen.

Bronnen:

  • Krantenartikel van J. Bergsma [facebookpagina Hurdegaryp yn’t ferline]: “Met de handel aan de wandel van Noardburgum naar Tytsjerk”, ongeveer 1990
  • allefriezen.nl
  • graftombe.nl
  • Leeuwarder Courant, 15 november 1912
  • Nieuwsblad van Friesland, 23 november 1912

Hermanus van Zandbergen

  • Geboren op 22 februari 1861 te Marssum
  • Overleden op 30 mei 1927 te Dokkum

Nieuwsblad van Friesland, 16 december 1921

Mishandeling van een hond. Dat was de beschuldiging tegen de toen 60-jarige koopman Hermanus van Zandbergen uit Dokkum. Hermanus was geen Dokkumer. Hij was niet eens een noord-oost Fries, maar werd geboren in Marssum [Menaldumadeel] in het gezin van kuipersknecht Eize Hermanus van Zandbergen [1832 – 1911] en dienstmeid Jantje Meinders Miedema [1830 – 1895]

Toen hij 23 jaar was trad hij in het huwelijk met een “modiste” en koopmansdochter, Antje Jellema [1860 Scharnegoutum – 1931 Dokkum]. Samen kregen ze zes kinderen:

  1.  19-05-1885, Eize, geboren te Menaldumadeel
  2.  17-12-1887, Beitske, geboren te Hemelumer Oldeferd
  3.  25-10-1889, Eize, geboren te Hemeler Oldeferd
  4.  24-09-1897, Jantje, geboren te Sneek.
  5.  18-06-1899, Beitsche, geboren te Sneek.
  6.  16-12-1902, Elisabeth Pietertje, geboren te Sneek.

Het is mij [nog] niet duidelijk waarom en wanneer het gezin naar Dokkum kwam. Ook niet of [alle] kinderen meekwamen naar Dokkum.

Een gegeven is wel dat Hermanus als 60-jarige koopman uit Dokkum er van werd beschuldigd dat hij “een hond te zwaren arbeid” liet verrichten. Bij de behandeling van het appèl tegen het vonnis werden twee getuigen opgeroepen. Jelgersma [inspecteur van politie] en Terpstra [agent van politie en verbalisant] verklaarden beiden “dat er van de krachten van het bewuste dier, aangespannen voor een kar, teveel gevergd werd”. Het half verlamde dier zou zelfs enkele meters over de grond zijn meegesleept toen Hermanus de kar voortduwde.

Hermanus hield vol dat hij zijn hond goed verzorgde. Dat de hond immers voor hem “den kost” moet verdienen en dat er van te zwaar werk geen sprake kon zijn. Het mocht niet baten. De president van de rechtbank geloofde Hermanus niet: “hij heeft beklaagde hooren schilderen als een beul voor zijn honden”. Met de veroordeling tot 30 gulden of 30 dagen hechtenis tot gevolg.

Hermanus heeft gestreden voor zijn gelijk – vandaar denk ik ook het appèl. Van hem kan ik ook maar één rechtszaak vinden. Ik kan trouwens maar heel weinig over hem vinden. Dat is jammer. Want het mag niet zo zijn dat Hermanus door één krantenbericht een stempel opgedrukt krijgt. Als u meer weet te vertellen over Hermanus van Zandbergen, over wie hij als mens was, reageer dan op deze post.

Bronnen:

  • Nieuwsblad van Friesland, 09-12-1921
  • Nieuwsblad van Friesland, 16-12-1921
  • http://www.drijber.info [Stamboom van Zandbergen]
  • genealogie online

Rein Thijsses Baarsma

  • Geboren op 29 september 1838 te Zwaagwesteinde
  • Overleden op 07 december 1902 te Zwaagwesteinde

Rein Thijsses Baarsma [collectie Westereen promoasje]

Rein Thijsses Baarsma trouwde op 11 oktober 1866 met de 21-jarige Minke Geerts Tuinstra. Minke was op 17 februari 1845 geboren in Gerkesklooster. Zij overleed in 1917. Samen met haar kreeg hij 12 kinderen.

Rond 1900 ventte Rein Baarsma vanuit Zwaagwesteinde zijn kaas door heel Friesland. Het was het begin van een klein winkeltje wat uiteindelijk uitgroeide tot  één van de grootste zaken van de provincie. Rein had een handelsgeest, het initiatief plus de ondernemingszin om door te zetten. Prachtig hoe de Leeuwarder Courant van 3 augustus 1951 kopt: “pak roestige spelden legde de grondslag voor groot-bedrijf”. En de Baarsma-zaak was, weer volgens de redacteur van de Leeuwarder Courant, “een van de meest merkwaardige” bedrijven van Friesland.

In 1891 kwam zoon Egbert Baarsma [*1876 – + 1932] bij zijn vader Rein Baarsma in de winkel. Waar naast kaas ook groenten en dergelijke werden verkocht. Egbert heeft eigenlijk de basis gelegd voor het berdrijf door een pak “roestige” spelden. Vader Rein had dat op een woensdagse reis naar Dokkum meegenomen. Per hondenkar. Via Egbert en zijn vrienden werden de spelden uitgevent. Vanaf die tijd groeide Baarsma langzaam maar zeker uit en werd er in 1908 een Naamloze Vennootschap van gemaakt.

Helpt u mee en weet u meer Rein Thijsses Baarsma of over andere mannen [en vrouwen] met hondenkarren? Reageer door hieronder een reactie te plaatsen.

Bronnen:

Wijtse Zuidema

  • Geboren op 14 juli 1874 te Akkerwoude
  • Overleden op 17 januari 1939 te Leeuwarden

1931-04-14, Friesch Dagblad, 14 april 1931

Het is een kort berichtje in de krant. Petroleumventer W. Zuidema raakte in 1931 te water. Met zijn hondenkar. Met deze twee volle regels uit het Friesch Dagblad begon te zoektocht naar de identiteit van deze karrijder. Een zoektocht waarbij de bezoekers van Facebookpagina “Damwâld van toen” mij op het spoor brachten.

Wijtse werd geboren in het gezin van dagloner Johannes Wijtzes Zuidema en Antje Lei. Op 19 mei 1897 trad hij in het huwelijk met de 22-jarige Freerkje Tuinstra, dochter van gardenier Gerrit en Sjoukje Tuinstra – Visser. Wijtse Zuidema en Freerkje Tuinstra kregen samen vijf kinderen:

  1. 28-09-1897, Johannes, geboren te Dantumawoude
  2. 05-12-1899, Gerrit, geboren te Murmerwoude
  3. 19-05-1902, Jan, geboren te Westergeest
  4. 10-08-1907, Sjoukje, geboren te Murmerwoude
  5. 22-04-1911, Antje, geboren te Akkerwoude

Even een zijstapje naar de ouders van moeder Freerkje, Gerrit Freerks Tuinstra en Sjoukje Feikes Visser. Dit gezin woonde onder de klokslag van Westergeest in de Mieden. Formeel Kollumerzwaag. Destijds bij de kronkelige Petsloot die in 1880 / 1881 min of meer opging in de Nieuwe Zwemmer. Gerrit Tuinstra moest daarvoor grond afstaan en ontving daarvoor een geldbedrag ‘tot het bouwen eener nieuwe woning’. Want hun toenmalige woning zou te dicht op het kanaal komen te staan.

Deze informatie over de schoonouders van Wijtse Zuidema is volgens mij relevant vanwege de geboorte van hun derde kind. Want in de geboorteakte van zoon Jan staat Westergeest vermeld als geboorteplaats. Over Wijtze Zuidema staat in diezelfde akte geschreven: “arbeider, wonende te Westergeest”. Terwijl alle andere kinderen in ‘de wouden’ zijn geboren.

Bijna zestien maanden later komt Jan al te overlijden. In het diaconessenhuis te Leeuwarden, zo blijkt uit zijn overlijdensakte. Daarin staat dat Jan werd geboren in Westergeest, “wonende te Murmerwoude”.

Ook Wijtse Zuidema komt in Leeuwarden te overlijden. Zoon Gerrit, zonder beroep, doet daarvan in Leeuwarden aangifte. Wijtze [in de overlijdensakte staat zijn naam geschreven met een -z-]  was “oud vierenzestig jaren, petroleumventer, geboren te Akkerwoude, wonende te Murmerwoude, weduwnaar van Tuinstra, Freerkje, ..”.

Helpt u mee en weet u meer Wijtse Zuidema of over andere mannen [en vrouwen] met hondenkarren? Reageer door hieronder een reactie te plaatsen.

Bronnen

Minne Rozema

Dokkum, Woudpoort

De Woudpoort te Dokkum. Een prachtig straatbeeld. Gelukkig gaat niet iedereen die op deze foto staat op in de anonimiteit maar staan enkelen met naam genoemd in “Dokkum in oude ansichten”: Frederik de Vries, de zoon van smid Bijlsma, Slagerszoon Sjoerd van Klaarbergen.

En natuurlijk caféhouder Minne Rozema, die bij zijn hondenkar staat. Minne was ook kruidenier. Hij was in de omtrek een populaire verschijning. Want het verhaal gaat dat hij onder de zakken suiker en andere waren flessen alcoholische dranken had liggen.

Het maakt nieuwsgierig naar deze man die er met kar en twee honden op uit trok.

Wie was hij? Kunt u helpen? Weet u meer over Minne Rozema [en zijn gezin]? Help mee om de geschiedenis van de mannen [en vrouwen] met hondenkarren completer te maken. Reageer door hieronder een reactie te plaatsen.

Bronnen:

  • “Dokkum in ansichten”

Eelke I. Idsardi

  • Geboren op 08 mei 1908 te Ee
  • Overleden op 27 augustus 1985 te Ee

Eelke I. Idsardi [collectie de Sneuper, nummer 66]

Tenminste, als dit de Eelke Idsardi is die op de foto staat. In de bevolkingsregisters staan meerdere personen met dezelfde naam, maar er is maar één die begraven ligt in Ee.

Dat is arbeider Eelke Idsardi die te Ee werd geboren in het gezin van Ids en Aukje Idsardi – Loonstra. Op 07 mei 1942 trouwde hij met Hiske van Hijum [1915 – 1990] een 26-jarige huishoudster die werd geboren in Murmerwoude. Samen kregen ze drie kinderen.

In de jaren ’30 van de vorige eeuw werd Eelke door Lubbert Pieters voor zijn woning aan de Lytse Loane op de foto gezet. Met zijn hond Juno en hondenkar. Eelke ‘sútelt’ dan voor De Automaat met petroleum, wat duidelijk te zien is aan het grote reclamebord boven de kar. En aan de pet die Eelke draagt.

Kunt u helpen? Weet u meer over Eelke Idsardi en zijn gezin? Help mee om de geschiedenis van de mannen [en vrouwen] met hondenkarren completer te maken. Reageer door hieronder een reactie te plaatsen.

Bronnen:

Jacob Braaksma

  • Geboren op 24 april 1852 te Westergeest
  • Overleden eind september 1916 te Dokkum

30 september 1916, Kollumer Courant

Jacob Hendriks Braaksma moet een persoonlijkheid zijn geweest, een dorpsfiguur pur-sang. Hij handelde in porselein. Daarnaast was hij de [laatste] lantaarnaansteker en sjouwde met zijn ladder door het dorp om de openbare verlichting te ontsteken. Zijn dochter Selie moest daarbij de ladder ondersteunen en haar vader behoeden voor een val. Het lijkt er op dat ze daarbij veel last ondervonden van de jeugd, want Wietske de Boer – Wiersma verteld:

Jacob was een zoon van Hendrik Jacobs Braaksma [1817 – 1875] en Selie Wybes van der Schaaf [1821 – 1861]. Ouders die hij op jonge leeftijd al moest missen. Hij trouwde op 13 mei 1880 te Metslawier met Grietje Oebeles van der Woud [1850 – 1942], een 29-jarige ‘bolkoerrinster’ en samen kregen zij in hun geboortedorp Westergeest twee kinderen:

  1. Sijke Jacobs, 07 oktober 1882
  2. Selie Jacobs, 28 september 1887

Het gezin woonde op de hoek Bumawei / van Teijenswei.

Jacob, die volgens een krantenbericht van 30 september 1916  “lijdende was aan zenuwen”, was rond 28 september 1916 met zijn hondenkar onderweg naar Dokkum, maar hij zal daar nooit arriveren. Hij werd levenloos gevonden in de Trekvaart.

Zijn overlijdensakte in Kollumerland c.a., die opgemaakt werd op 3 oktober 1916, vermeld dat hij te Dokkum is overleden. De in Dokkum opgemaakte overlijdensakte vermeld dat de exacte datum van overlijden niet bekend is:

Kunt u helpen? Weet u meer over Jacob Braaksma en zijn gezin? Help mee om de geschiedenis van de mannen [en vrouwen] met hondenkarren completer te maken. Reageer door hieronder een reactie te plaatsen.

Bronnen: