hondenkarren
Follow hondenkarren on WordPress.com
juli 2018
Z M D W D V Z
« Jun    
1234567
891011121314
15161718192021
22232425262728
293031  
Advertenties

Jan Boorsma

  • Geboren op 17 juni 1894 te Drogeham
  • Overleden op 05 februari 1975 te Zwaagwesteinde
eigen foto

eigen foto, begraafplaats Twijzelerheide

Jan Boorsma. Er zijn geen foto’s van hem bekend, maar hijzelf was wel enigszins bekend. Als Jelle Jappes Jan.

Jan werd geboren in het gezin van Jelle Boorsma [1856 – 1932] en Jacobi de Swart [1858 – 1936]. Op 18 augustus 1932 trouwde hij op 39-jarige leeftijd met de één jaar jongere Antje van der Veen [1894 – 1963]. Een laat huwelijk dat kinderloos is gebleven. Omdat één kindje te jong stierf en begraven werd. Zonder naam en zonder grafsteen. Er kwam wel een trommel op het graf waarin later ook Jan en Antje werden begraven.

Eenvoudige mensen die na hun huwelijk aan de Bjirkewei te Twijzelerheide gingen wonen. In een kippenhok. Eén kamer, slechts 3 x 4 meter. Met één één-persoons bed – “Wy sliepe kop oan kont” zou Antje eens hebben gezegd.
Pas toen een storm het dak deed instorten kregen ze van gemeentewege een stenen huisje met een schuin dak aan de Ds. Zijlstraweg. Klein, maar een betere plek dan aan de Bjirkewei.

Eenvoudige mensen maar geen eenzame mensen. Er kwamen veel mensen over de vloer. Voor de verhalen of voor de handel. Want Jan handelde in van alles en nog wat. Hij had het in de vingers en koos zijn momenten. Rond Sinterklaas verdiende hij goed met zijn ‘sinterklaaskoer’.
Jan trok er met zijn hondenkar op uit. Hij deed dat liever dan ergens vast werk te hebben, ook al was het geen vetpot en droeg de Armvoogdij bij.
Zijn eigenhandig verbouwde kolen en de in Buitenpost gekochte bananen ventte hij uit in Twijzelerheide en omgeving. Het verhaal gaat dat de verkoop van de laatste kool niet goed afliep. “Koal frou ha moat, jo kar út ha”, was Jan zijn manier om de kool aan de vrouw te brengen. Jan zou kwaad geworden zijn omdat de vrouw aangaf geen keuze meer te hebben.

Jan hield er een eigen manier van praten op na, lastig om hem te volgen als je Jan niet kende. “Ik net doch, is sa wer” zei hij als iemand hem wees op zijn snottebel. Want bij guur weer had Jan kennelijk een loopneus. En veegde hij bijna voortdurend zijn neus schoon met zijn mouw.
Ko keape Eibert hat”. Zo vertelde Jan dat Eibert een koe had gekocht. Hij vertelde en praatte veel. Misschien wel te veel.
Want als hij op latere leeftijd zijn AOW had gekregen, kwam uitbuiters langs om Jan van alles en nog wat aan te smeren. Jan kocht het wel. Ook al kon hij het niet gebruiken. Zijn erf stond vol met brommers, wasmachines, fietsen en dergelijke. Zelfs een auto – terwijl hij geen rijbewijs had.

In 1963 kwam zijn Antje te overlijden. Vanaf die tijd woonde Jan bij zijn zuster Aaltje [1895 – 1983] in Zwaagwesteinde. Tot hijzelf ook stierf. Op 5 februari 1975.

bronnen:

  • Achtkarspelen, mensen door de tijd
  • Johannes van der Meer, Twijzelerheide

Kunt u helpen? Weet u meer over Jan Boorsma? Help mee om de geschiedenis van de mannen [en vrouwen] met hondenkarren completer te maken. Reageer door hieronder een reactie te plaatsen.

Advertenties

Siebe ‘snor’ Veenstra

  • Geboren op 19 november 1884 in Surhuisterveen
  • Overleden op 17 maart 1966 te Drachten

Siebe Veenstra met zijn 110 cm grote snoek [collectie Douwe de Graaf]

Bijnamen. Siebe had ook bijnamen. Meerdere zelfs. Siebe ‘snor’, vanwege zijn grote snor. Op de foto duidelijk te zien. Of Siebe ‘fodde’. En als de mensen spraken over Siebe ‘koning’ of Siebe ‘Pruis’, wist ook iedereen dat Siebe Veenstra werd bedoeld. De kleine, beresterke man van 1 meter 65, die handelde in oude metalen en oude lompen. Vader van 14 kinderen. Vrijwel altijd gekleed in overhemd met stropdas. Vervend snoekvisser die daarvoor soms zijn handel de handel liet …

Siebe werd geboren in het gezin van Siebe Jans Veenstra [1847 – 1913] en Elizabeth Oedzes Bos [1850 – 1932]. Toen hij 28 jaar was trad hij in het huwelijk met Trijntje Gerrits Mulder, geboren in 1894. Samen met haar kreeg hij veertien kinderen, even buiten Surhuisterveen in een klein huisje:

  • 1914, Siebe

    Nieuwsblad van Friesland, 08 februari 1921

  • 1914, Grietje
  • 1916, Gerrit [Gerrit werd maar 4 jaar]
  • 1918, Liske
  • 1920, Harm
  • 1921, Gerritje
  • 1923, Jan [Jan werd slechts 7 maanden]
  • 1925, Antje
  • 1927, Jan
  • 1928, Renze
  • 1930, Oeds
  • 1931, Hendrikje
  • 1933, Gerrit
  • 1937, Trijntje

Vader Siebe was een streng maar rechtvaardig vader. Hij [be]leefde zijn geloof vrijer dan zijn vrouw Trijntje, een sterke, ijverige en zorgzame moeder.

Dat Siebe zich ging toeleggen op handel kwam eigenlijk ook door de crisis. Er was weinig tot geen vast werk, maar hij moest wel een groot gezin onderhouden. Hij kocht partijen op waardoor hij metalen voorwerpen, schilderijen, lompen en dergelijke in zijn ‘assortiment’ kreeg. Thuis scheidde Siebe alles en was hij zijn tijd in zekere zin ver vooruit.
In die crisisaren gebruikte hij een hondenkar. Nadat de regelgeving strenger werd, stapte hij over op een bakfiets – eind jaren zestig van de vorige eeuw gebruikte hij zelfs een klein vrachtwagentje.

Siebe, hij verstond de handel en wist wat hij deed. Maar Siebe verstond ook de kunst van het snoekvissen. En het overdrijven daarvan. Al stotterend vertelde hij over zijn ervaringen: de snoeken die hij ving werden steeds groter “tot het moment dat de snoeken veranderden in verdwaalde bruinvissen die in het Knillesdjip rondzwommen”.

Op de foto een gevangen snoek van 110 cm. Apetrots was hij op zijn vangst. Hij zou dagenlang met de snoek aan zijn stuur gebonden door Surhuisterveen hebben gefietst – totdat de snoek door het rottingsproces uit elkaar viel en Siebe met alleen de kop rondfietste …

Siebe Veenstra. De man die zich lenig hield door snel in een touw omhoog te klimmen, overleed in zorgcentrum Bertille in Drachten. Zijn vrouw overleed op 14 juni 1980.

Bronnen:

Kunt u helpen? Weet u meer over Siebe Veenstra? Help mee om de geschiedenis van de mannen [en vrouwen] met hondenkarren completer te maken. Reageer door hieronder een reactie te plaatsen.

Doede Jans van der Werf

  • Geboren op 06 augustus 1881 te Tietjerksteradeel
  • Overleden op 21 februari 1965 te Bergum

Doede Jans van der Werf [collectie Sjoerdtje van der Werf]

Er was grote vreugde in het gezin van Jan Abrahams van der Werf en Cornelia Hendriks Bonnema toen er op zes augustus 1881 een tweeling werd geboren. Een zoon die de naam Doede kreeg en een dochter die de naam Jeltsje kreeg.

Zoon Doede stond al voor zijn 20ste verjaardag als venter vermeld in een artikel in de Leeuwarder Courant. De reden was een zwaar uit de hand gelopen ruzie toen Doede met een groepje jongens over de Lageweg in Burgum liepen.
Het begon, zo lijkt het, allemaal heel onschuldig. Kwajongensgrappen. De 14-jarige Jan F. sloeg al stoeiend de pet van het hoofd van Doede – “Doede was hiervan niet gediend, hij schopte naar Jan”, zo werd in de rechtzaal verteld. Er vielen rake klappen tot Doede een felle pijn in zijn linkerzijde voelde. Hij was gestoken met een mes en moest naar dokter Hingst – “hij heeft gedurende drie weken zijn werk niet kunnen doen”.
Jan F. werd veroordeeld tot 7 dagen hechtenis.

nummerbewijs [collectie Sjoerdtje van der Werf]

Doede was een flamboyante man. Handelaar in Ballon-margarine en werd daarom ook wel ‘Doede Ballontsje’ genoemd. Elke zaterdag haalde hij een lading op bij café Zandstra, bij het tramstation in Bergum. Hij verdeelde dat dan weer over andere winkels – zelf had hij een winkel in It West [nu Hillemawei].

In het familiearchief wordt ‘Nummerbewijs 158’ met zorg bewaard, afgegeven op 21 augustus 1911.
Het is het bewijs dat Doede van der Werf uit Bergum bij de gemeente stond ingeschreven als houder van “eene hondenkar”.

Hij had twee honden voor de kar lopen die hij Hokker en Welker noemde. Beide namen betekenen in het Fries zoiets als ‘welk’ of ‘welke’. Zou iemand Doede dan vragen hoe hij zijn honden noemde, dan kon Doede zeggen “Hokker”. De vragensteller dacht dan dat Doede wilde weten van welke hond hij de naam wilde weten ….

het schrift van Doede van der Werf [collectie Sjoerdtje van der Werf]

Hij deed zijn werk zonder overdrijven. In wezen was hij “sa lui as kramtried”. Hij genoot van het leven. Ondanks alle tegenslagen die nog zouden volgen. Wekelijks kocht hij een zogenoemd “fladderakje”. Een borrel. Een gewoonte die er zo diep insleet dat hij er “onwennig van werd” toen hij zijn wekelijkse “fladderakje” niet meer kreeg.
In zijn vrije tijd schreef Doede in zijn schrift. Verhalen of gedichten. Daarnaast werkte hij aan prachtige houtsnijwerken.

Doede, “in kreaze keardel” met snor, trouwde op 13 februari 1909 met de 22-jarige Antje Iedema [geboren op 15-03-1886]. Antje was een vrouw “dy’t him stean koe”.
En al snel lachte het geluk hen toe toen er zeven kinderen werden geboren:

  • 29 juni 1909, Jan
  • 04 september 1911, Sipkje
  • 27 mei 1913, Wijbe
  • 05 februari 1915, Abraham
  • 15 juni 1917, Johannes
  • 07 maart 1920, Izaäk
  • 28 maart 1926, Melle

De toen 40-jarige moeder Antje kon niet niet meer herstellen van de geboorte van Melle. Ze overleed op 2 april 1926. Maar Doede moest verder. Met zeven kinderen waaronder een pasgeboren jongetje welke kennelijk een zorgenkindje was. Want al snel kwam ook Melle te overlijden op 28 april 1926. Dertig dagen jong.

Doede stond met de rug tegen de muur. Hij stond er alleen voor. Tot hij op 24 maart 1927 in het huwelijk trad met Afke Kamstra. Een zachtaardige vrouw die prima in staat was om Doede te helpen bij het opvoeden van zijn kinderen. Afke was geboren in Goënga op 11 november 1894.
Samen met haar kreeg Doede nog vier kinderen:

  • 07 maart 1928, Gerben
  • 20 februari 1929, Alle
  • 21 oktober 1931, Akke
  • 27 november 1932, Cornelis

Tijdens een heftige onweersbui in september 1933 brandde zijn woon/winkelhuis af, “in een oogwenk stond het oude gebouw in lichter laaie. De voorgevel en de muren alleen doorstonden den brand”. Was het blikseminslag, kortsluiting of een omgevallen lampje? Het blijft onduidelijk. Doede had de woning gelukkig wel verzekerd en het gezin vond onderdak in een noodwoning elders in Bergum.

Het einde van de Tweede Wereldoorlog luidde voor Doede een tijd van onzekerheid in. Er was niets bekend over zijn nog levende jongste zoon Izaäk. Pas eind 1947 werd bekend dat Izaäk al op 30 augustus 1944 “te negentien ure en tien minuten” was overleden te Heidenheim [Duitsland].

Ondanks alles lijkt Doede Jans een optimistisch, gelovige man te zijn gebleven. In zijn bewaarde schriftje met verhalen en gedichten staat een gedicht dat hij met de onderaan deze post weergegeven verzen afsloot.

Op de foto’s die ik van Doede onder ogen kreeg bij zijn kleindochter in Harkema, staat hij vaak afgebeeld met een horlogeketting. Op de achterkant van zijn zakhorloge had hij het gebed ‘Onze Vader’ geplakt. Door één van zijn zonen geschreven op een piepklein papiertje.

En toen hij één van zijn kinderen een pasfoto van zichzelf op leeftijd gaf, schreef hij achterop:

De Heer is bij mij,
Ik zal niet vreezen;
Wat zal mij een mensch doen?
Wentel Uwe weg op den Heere
en Hij zal het Wel maken.
Heit

Doede Jans bleef zoveel mogelijk fier en ferm. Hij bleef “een krigel mantsje” tot hij op 83-jarige leeftijd kwam te overlijden.
En de familie op de rouwkaart schreef “Nooit kan het geloof teveel verwachten”.

deel van een gedicht uit het schrift van Doede [collectie Sjoerdtje van der Werf]

Kunt u helpen? Weet u meer over Doede Jans van der Werf? Help Reageer dan door hieronder een reactie te plaatsen. En help mee om de geschiedenis van de mannen [en vrouwen] met hondenkarren completer te maken. 

Bronnen:

  • Sjoerdtje van der Werf, Harkema
  • Ida Samplonius, Gorinchem
  • http://www.allefriezen.nl
  • Leeuwarder Courant, 20 mei 1901
  • Leeuwarder courant, 23 mei 1901
  • Facebookpagina Oud Burgum

Gjalt Linzes Meijer

  • geboren op 09 januari 1881 te Garijp
  • overleden op 12 februari 1959

Gjalt Linzes Meijer [collectie Oud Sumar]

Gjalt Meijer werd geboren in het gezin van Linze Broers Meijer en Pietje Kornelis Boonstra. Op deze foto staat hij met zijn hondenkar en zijn hond Puck op de Bergumerdam. Hij staat hier voor het huidige pand Damsingel 7, waar tot voor enige tijd beroepsvisser Sjoerd Storm woonde. Gjalt was handelaar in kleinvee, maar ook stenenbikker.

Op 13 november 1919 trouwde hij met de 25-jarige Jantje Dijkstra, geboren op 04 oktober 1894.

Kunt u helpen? Weet u meer over Gjalt Linzes Meijer? Help mee om de geschiedenis van de mannen [en vrouwen] met hondenkarren completer te maken. Reageer door hieronder een reactie te plaatsen.

bronnen:

  • facebookpagina Oud Sumar
  • Klaas Vonk

Hendrik Jager

  • Geboren op 27 januari 1884 te Hardegarijp
  • Overleden op 13 januari 1954 te Hardegarijp

Hendrik Jager met zijn hond ‘Wachter’. [bron facebookpagina Oud Noordbergum]

Hebt ge ooit in het oosten van de goede stad Leeuwarden of op de Groningerstraatweg, die daarheen leidt, een man gezien met een hondekar? Een gemoedlijk, klein, immer sigaar-rokend Wâldmantsje, dat met luider stemme aankondigt, dat hij puike dubbele witte boontjes, verse aarbeien, dikke rode bessen of geurige appelen wenste te verkopen? Welaan, dan is Hendrik Jager van Quatrebras geen onbekende van u”.

Zo begin een redactioneel artikel in de Leeuwarder Courant van 02 augustus 1951. Gewijd aan het feit dat Hendrik Jager al 50 jaar met zijn hondenkar naar Leeuwarden komt. Daarom doet de krant ook bijna een oproep: “En mocht ge deze man, één van de laatsten der Mohikanen, die zich van het Wâldmans-reau bedient, dezer dagen nog eens treffen, licht dan uw hoed, want Hendrik Jager jubileert …”.

Hendrik Jager werd geboren in het gezin van Pieter Wytzes Jager en Grietje Hendriks van der Woude. Zijn vader had een “spultsje” tussen Quatrebras en Hardegarijp. Toen Hendrik 17 jaar was ging hij met zijn vader naar Leeuwarden. Met de in Franeker gebouwde hondenkar. Om hun waren te verkopen: “de Leeuwarders te laten genieten van de goede en verse gaven van hun tuin”. Hendrik werd door zijn collega’s ‘de bonen-koning’ genoemd. En die bonen bleef hij venten – dubbele witte, vers van de tuin.

Op 20 mai 1911 trad Hendrik in het huwelijk met de 23-jarige Antje van der Bijl, geboren op 29 december 1887 te Tietjerk. Antje hielp daarna door de bonen te plukken. Liefkozend werd zij “moeke de vrouw” genoemd.

Hendrik zag veel veranderen. De rust op straat verdween langzaam maar zeker. In de beginjaren kon hij “zonder vrees in de hondenkar gaan liggen slapen”, maar na 50 jaar had hij “met een hondenkar houden en keren”. Daarom nam hij soms ook wel de bakfiets in plaats van de hondenkar.

Het was zwaar werk, altijd lonend én mooi. En opvallend werk, want er werden kennelijk foto’s van hem en zijn ‘reau’ gemaakt door passerende vakantiegangers. Zij hadden oog voor “die markante vertegenwoordiger van het voorbije hondenkarrentijdperk, die – ondanks de evolutie in het verkeer en handel – zweert bij z’n hond, bij z’n blauwe ‘ponge’ voor muntgeld en z’n koperen tabaksdoos voor papiergeld”.

Kunt u helpen? Weet u meer over Hendrik Jager? Help mee om de geschiedenis van de mannen [en vrouwen] met hondenkarren completer te maken. Reageer door hieronder een reactie te plaatsen.

Bronnen:

Wieger Vellinga

Wieger Vellinga [collectie Oud Burgum]

Na een oproep op  Facebook werd Wieger Vellinga herkend. Pieter Jan Kleefstra schreef:

“In 1907 ging de muziekvereniging “Apollo” Burgum op concours naar St. Annaparochie. Met de vrachtrijder Wieger Vellinga werd afgesproken dat hij met zijn ‘hondenkar’ de muziek instrumenten daar naar toe zou vervoeren voor het bedrag van f.7,50 – zevenguldenvijftig.

Vellinga en ook andere hondenkar bezitters konden de wielen van hun kar in de breedte verstellen, op maat van de rails van de plaatselijke trambaan. Zodat het vervoer van hun goederen sneller kon plaats vinden. De veldwachters van toen moesten van deze overtredingen toezicht houden en eventueel proces-verbaal opmaken.

bron: Leeuwarder Courant, 17 juni 1907

De muzikanten van Apollo gingen ‘s-morgens om 6 uur op de fiets naar St. Annaparochie en behaalden daar een 3e prijs. Men had toen nog geen telefoon en de concours uitslag werd aan de poot van een meegebrachte postduif gebonden die het heugelijke feit aan de bevolking van Burgum kenbaar maakte. Toen de muzikanten weer op de fiets in Burgum kwamen stond het ontvangstcomité klaar met een erepoort. Er werd nog een muzikale rondgang gemaakt waarna een ieder tevreden naar huis ging”.

In de Leeuwarder Courant van 17 juni 1907 vond ik bijgaande advertentie

Kunt u helpen? Weet u meer over Wieger Vellinga? Help mee om de geschiedenis van de mannen [en vrouwen] met hondenkarren completer te maken. Reageer door hieronder een reactie te plaatsen.

bronnen:

  • facebookpagina Oud Burgum
  • Pieter Jan Kleefstra
  • Leeuwarder Courant, 17 juni 1907

Hendrikus Velink

  • Geboren op 20 juni 1887 te Hantum
  • Overleden op 03 september 1970

Hendrikus Velink in 1969 [collectie http://www.4h-archief.nl ]

Hendrikus Velink was bakker in Hantum. Sinds 1914. Evenals zijn vader, Klaas Bote Velink voor hem. Volgens de familie begon de eerste Klaas in 1819 een bakkerij in Hantum. Een bakkersfamilie die doorzette tot aan de zoon van Hendrikus, Klaas Velink [1914 – 2000] [over  Klaas Velink is ook een post geschreven].

Hendrikus werd geboren in het gezin van Klaas Bote Velink en Adriaantje Jans de Graaf. Een bakkersgezin. Het bakken zat nog in het bloed van zijn zoon Klaas, maar Hendrikus wist dat het daarna stopte. Hij nam geen blad voor de mond: “Der binne noch wol Velinks mar dy sykje it allegearre yn oare rjochting. Docht it my wat? Och, wy moatte der yn berêste, want bakkerijen geane nei de miter!”.

Yn’e oarlochsjierren doarst ik it net te sizzen, mar wy binne fan Dútse ôfkomst. Wy moatte hjirre kommen wêze as fyndoekspoepen. Ik tink dat de earste Klaas noch in Dútske heit hawn hat, mar dêr bin ik net wis fanMyn pake wie safier, dy sei dat wy noch fan adel wiene, mar dy ring om it gat ha ik noat sjoen”. Hendrikus vertelde het allemaal aan de journalist die in oktober 1969 een artikel schreef voor de Leeuwarder Courant. Maar hij werd teruggeroepen door zijn vrouw IJtje Steensma: “Och man, wat binst in âld opskepper”.

Hendrikus Velink [collectie collectie http://www.4h-archief.nl ]

IJtje Steensma kwam van Dokkum. Tenminste daar werd zij op 08 juni 1890 geboren. Zij was 23 jaar toen ze op 25 september 1913 in het huwelijk trad met de toen 26-jarige Hendrikus. Een half jaar later werd, in 1914, hun zoon Klaas geboren.

1914 – een jaar om nooit te vergeten. Hendrikus werd bakker in Hantum Zijn zoon werd geboren. En Nederland mobiliseerde! Dat had ook gevolgen voor Hendrikus. Twee en een half jaar lang was hij gemobiliseerd. En dat had weer gevolgen voor de goed lopende bakkerij die hij achter liet: “Doe’t ik werom kaam, wie er neat mear wurdich ..”. En begon hij de zaak weer op te bouwen – “Ik ha der wol 25 jier wurk mei hawn om wer in goed bestean yn myn bedriuw te finen”, zei Hendrikus die nog altijd met gemengde gevoelens terugkeek naar zijn terugkeer in de burgermaatschappij.

Hendrikus ‘sutele’ met de hondenkar. In Hantum, de Lytse Jouwer, Hantumhuizen en Brantgum “en alles wat dêr tusken yn leitIt koe nea sa kâld wêze of jo moasten der op sitte: ik hie d’r trije Dútse herders foar en mei dy hûnen gie it twa kear sa hurd as mei in kêde. Dat wie net te berinnen. Mar ja, dat wie op it lêst ferbean. En doe binne wy mei bakfytsen begûn, letter in bakfyts mei oandriuwing en doe in auto op trije tsjillen”.

Weet u meer te vertellen over Hendrikus Velink? Wilt u dan reageren en zodoende meehelpen om meer herinneringen aan deze ‘karrider’-bakker vast te leggen en te bewaren?

Bronnen