hondenkarren

Home » hondenkar in het straatbeeld

hondenkar in het straatbeeld

Follow hondenkarren on WordPress.com
november 2017
Z M D W D V Z
« Okt    
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
2627282930  

Veenwouden [collectie oud Veenwouden]

Wietske de Boer – Wiersma vertelde.
Noem Wietske de Boer – Wiersma en mening Westergeastmer weet dan dat het over een vrouw gaat die, veelal in dichtvorm, een schat aan verhalen en anecdotes over hun dorp heeft achtergelaten.

Wietske werd op 19 januari 1894 geboren in het gezin Jabik Wierds Wiersma [1851 – 1936] en Antsje Wibbes

Hoekstra [1855 – 1943]. Het gezin woonde toen in Burum maar verhuisde enkele maanden later, in mei 1894, naar Westergeest. Haar vader was daar van 1894 tot 1917 de laatste kastelein van ´De Trije Romers´.

Twijzelerheide [collectie oud Twijzelerheide]

In de winter van 1968 schreef dichter Wietske de Boer – Wiersma over deze woning:

 

It wie in húske nei âld bestek:
fan foarren pannen, de efterein tek.
Grienhouten blinen en it úthingboerd
folmakken de gevel sa wûndere goed.
Hwat beammen om it hûssté

de bjirk mei ljochte skyl
en fierder noch de wylgen

Kollum

ek lytsguod of stréwiel.
De hinnen op it hiem
joegen der in libben oansjen oan
lyk de hynders yn it kampke
ik wit it noch sa skoan.
It wie alles sa ienfâldich
mar it bliuwt jin altyd by.
Dat húske oan de feart,
hwat wennen wy der blij.

De herberg, zoals het in de volksmond werd genoemd, is al lang afgebroken; het oude uithangbord is in het streekmuseum van Kollum terecht gekomen. Wietske verhuisde 28 jaar later, na haar huwelijk met Sjoerd de Boer in 1922 naar Oosternijkerk en liet Westergeest toen voorgoed achter zich. Toch heeft het dorp met haar inwoners indruk gemaakt op Wietske. In 1933 verhuisde zij naar Morra, totdat zij op 22 oktober 1971 in Metslawier kwam te wonen.
Haar man Sjoerd overleed op 6 april 1967 te Morra. Jaren later, op 27 september 1982, kwam zij zelf te overlijden.

Wietske stond in haar anecdotes zo nu en dan ook heel kort even stil bij de ‘karriders’. Veelal mannen die bij haar ouders in de herberg langskwamen. En dat geeft een aardig inkijkje in hun leven. Een beperkt inkijkje, dat wel.

[collectie Jouke Dantuma]

Veehandelaren zoals David Kloosterman en ‘greate’ Gerke Kamminga kwamen ’s ochtend rond elf uur in ‘De Trije Romers’ voor een “lyts slokje”. Zo’n “lyts slokje” kostte destijds één stuiver.
In het voorjaar kwamen daar de handelaren in kalveren uit Driesum bij. Zij gingen met de hondenkar langs de boeren. Wietske noemt “Germ Uilkes [Dijkstra] soannen, Hedzer en Hindrik Raap”. Ze kwamen even bij elkaar in ‘De Trije Romers’ om vervolgens naar Dokkum te gaan om de gekochte kalveren te verkopen.

Wietske noemt ook enkele ‘karriders’ uit Kollum. Pieter Ruwersma en Westra “sutelen mei in hûnekarre boadskippen út”.
Het was in die tijd heel gewoon dat er handelaren langs de deuren gingen. Niet alleen weduwen en mannen die om de één of andere “krupsje” niet konde werken. Ook Westereenders. Die hadden koopmansbloed!
Zo herinnert Wietske zich een jongen met een touw vol knijpers over zijn schouder. Een kind nog. Wietskes’moeder Antsje vroeg de knaap of er met zijn handel nog wat werd verdiend. Zijn antwoord was klip en klaar: “Jo moatte sa mar tinke, frou; in lytse handel is altyd better dan in grutte lep!”.

‘Karrider’ Herman de Jong van Stiensgea kwam ook wel in ‘De Trije Romers’. Eerst met zijn hondenkar, later met een ezel en nog later met paard en wagen. Hij ‘reed op Dokkum’. Wietske verhaalt op een ander moment ook over een koopman met “glanterie” uit Stiensgea. Het is volledig onduidelijk of ze dan ‘karrider’ Herman de Jong bedoeld!
Deze – zeg maar – onbekende handelaar uit Stiensgea deed met zijn hondenkar inkopen in Dokkum. Zowel de honden als ook de man zelf bleven even drinken in ‘De Trije Romers’. Moeder Antsje Wiersma zal voldoende mensenkennis hebben gehad om in te zien dat de man ergens mee zat. Zij vroeg hem op de man af of er moeilijkheden waren.
Toen bleek dat de man zijn vrouw was verloren. En hij luchtte zijn hart in ‘De Trije Romers’. Moeder Antsje Wiersma had een groot meelevend vermogen en heeft menig bezoeker aangehoord. En terechtgewezen.
Een Westergeastmer die vanaf de Buitenposter markt nog even ‘De Trije Romers’ binnenkwam vóór hij naar huis liep, werd door haar aangesproken. “Better dronken dan gek, Antsje” was zijn antwoord. Maar moeder Antsje Wiersma liet het daar niet bij en nodigde hem uit aan “de greate tafel” en gaf hem koffie en broodjes. “Ziezo, nu merken ze er daar in Westergeest niets meer van”.

Wietske verwoorde het voorval in één van haar gedichten:

En kaem dr ris in persoan
Dy djip yn it gleske sjoen hie
Krige wl kofje en in flaubyt
Ta hy wer by syn sûp en stút wie

Mar woe er net nei har hearre
Dan wie har koart beskie
– Fan my gjin sterke drank
‘k soe my skamje dat ik ’t die

Het zijn enkele indrukken van de straat. Inkijkjes in het harde bestaan van de ‘karriders’.

Advertenties
%d bloggers liken dit: